what this world needs.....

op zoek naar een goed geluid.........

luisteren

luidsprekers/versterkers

akoestiek

draad en kabel

platenspelers

toonarm en element

phonotrapjes

digitaal

upgraden ?

componenten

projectjes

te koop

 links

rommeldoos

Automobiel

 

Luidsprekers

 

 

De luidspreker is het component, aan het einde van de keten, dat zorgdraagt voor de omzetting van de electrische signalen in hoorbaar geluid, hiermee is dit het meest belangrijke en geluidsbepalende deel van een installatie.

Al met al een component om eens goed over na te denken..............................

Mijn uitgangspunt is dat een luidspreker een effectief vermogen dient te hebben van zeker niet minder dan 90 dB/1Watt , waarbij de minimale impedantie niet onder de 5 Ohm mag zakken, waardoor het niet nodig is met bijzonder zware of complexe versterkers te werken en een overzichtelijke, begrijpelijke en betaalbare keten van apparatuur royaal voldoende is om op een buitengewone wijze van muziek te genieten.

Veel luidsprekerfabrikanten geven echter een gevoeligheid van de speakers uitgedrukt in dB per 2.83 Volts, de effectieve geluidsdruk is in dit geval afhankelijk van de impedantie van de speaker en alleen bij 8 Ohm gelijk aan het effectief vermogen, deze manier van weergeven laat speakers effectiever lijken dan ze in werkelijkheid zijn !

Naast een hoog rendement dat gemakkelijk te bepalen is, hiervoor hoef je alleen maar de specificaties van de betreffende speaker te lezen, moet een speaker vooral in staat zijn kleine tonale verschillen en variaties in dynamiek kunnen weergeven, dit is een stuk lastiger vast te stellen.
Hulpmiddelen hierbij zouden meerstemmige zangstukken kunnen zijn, een duet, een koor, hoe beter een luidspreker op dit vlak presteert hoe beter de individule stemmen zijn te volgen.
Vergelijk dit met de resolutie van een digitale foto, hoe meer pixels, hoe meer detail en kleur.
De meeste luidsprekers komen op dit vlak niet zo heel erg ver, zelfs merken en modellen die door vrijwel een ieder als absolute toppers worden beschouwd.
Mijn ervaring is dat de Heritage modellen van Paul Klipsch op dit vlak nauwelijks te evenaren zijn, Zingali met prachtig vormgegeven hoorns komt een beetje in de richting, maar laat het in het laag duidelijk afweten, ook in het gebied waarin het laag van stemmen - ook van vrouwen - wordt weergegeven.

Dynamiek is een verschijnsel waar velen niet zo heel erg opgesteld lijken, tenminste als ik uitga van hetgeen zo links en rechts ten gehore wordt gebracht, vreselijk jammer eigenlijk omdat in de dynamische verschillen een belangrijk deel van de "ziel" van de muziek ligt verscholen, een vlakke weergave mag dan wel geen aandacht vragen, makkelijk in het gehoor liggen, het is uitsluitend geschikt als achtergrond muziek in werkplaats, kantoor of winkel.
Met een reproductie van een muziekstuk heeft het in elk geval niets uitstaande, zelfs als het tonaal in orde zou zijn is het niet meer dan een slap aftreksel van het orginele stuk muziek.

Vergeet ook niet dat de te kiezen luidspreker in een gegeven ruimte moet passen, met name in het laag kunnen heel erg veel problemen ontstaan.
De gemiddelde Nederlandse huiskamer verdraagt niet zo heel erg veel meer dan een behoorlijke monitor speaker, toch worden er heel erg veel redelijk grote zuilluidsprekers gekocht, met alle vervelende gevolgen van dien.
Problemen die hierdoor ontstaan zijn uitsluitend door behoorlijk ingrijpende - bouwkundige - aanpassingen op te lossen, allerlei in de handel zijnde zaken, als tubetraps en dempende panelen, zijn hooguit in staat een deel van het probleem te maskeren.

Rondkijkend valt direct op dat aan het uiterlijk van luidsprekers bijzonder veel aandacht wordt besteed, dit is enigszins begrijpelijk gezien dezen altijd prominent in een ruimte aanwezig zullen zijn.
Belangrijk is echter dat vorm en functie onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden.
Een slanke kast, die onopvallend kan worden geplaatst is niet groot genoeg om een behoorlijke lage tonen speaker - woofer - te herbergen, toch is dit een eerste vereiste om een redelijke weergave van de lage tonen te verkrijgen, hier beginnen dan ook de problemen, er zullen dus kunstgrepen moeten worden toegepast.

 

 

Men gaat dus proberen een te kleine woofer, te diep laag te laten weergeven.
De middelen die hiervoor worden ingezet zijn ingrepen aan de kast, hierin wordt of een baspoort aangebracht, we spreken dan van een basreflex, of er wordt een soort tunnel ingebouwd, de transmissielijn, ook wordt wel eens gebruik gemaakt van een groot aantal kleine luidsprekers om een grote woofer te imiteren.

Luisterend naar dit soort speakers valt mij altijd op dat het laag dat wordt weergegeven, beslist voor verbetering vatbaar is, snelheid en detaillering laten te wensen over.
Gevolg is dat het laag weergegeven wordt als een soort ongedefinieerd onderaards gerommel, gegrom soms, baslijnen zijn niet strak en de verschillende onderdelen van een drumstel of percussie groep zijn niet van elkaar te onderscheiden.
Vreselijk jammer eigenlijk, ook al omdat dit tot gevolg heeft dat ook het middengebied wordt aangetast.
Juist hier vind je de meest belangrijke muzikale informatie.

 

 

Ooit heb ik een aantal luidspreker fabrikanten eens gevraagd waarom zij, ondanks de grote voordelen van een hoog rendement in combinatie met een grote woofer, dit soort luidspreker systemen niet bouwen.
De antwoorden zijn in het algemeen bijzonder vaag, wel wordt met regelmaat gewezen op de consequenties hiervan op de vormgeving, waarmee men dus eigenlijk aangeeft dat vorm, het uiterlijk van de kast de meest bepalende factor is.

Dit omdat de gemiddelde consument in het algemeen meer oog heeft voor het uiterlijk van een speaker, dan oor voor voor de prestaties.
Tekenend voor deze situatie is dan ook de verzuchting van het hoofd van de ontwerpafdeling van een grote Europese luidsprekerfabrikant tegen een aantal bezoekende dealers : "natuurlijk kunnen wij luidsprekers bouwen die beduidend minder vervormen, probleem is dat jullie dit niet kunnen of willen verkopen............................"

Eerlijk gezegd vind ik dit volstrekt onbegrijpelijk, je zou denken dat een leverancier blij zou zijn met een tevreden klant, de praktijk blijkt dus anders te zijn.
Misschien wel omdat ontevreden klanten blijven zoeken, steeds weer nieuwe apparatuur aanschaffen, in de hoop deze keer wel te krijgen wat gezocht wordt, gewoon een bevredigende weergave van muziek.
Opmerkelijk is ook dat er slechts een klein aantal dealers is van hoornluidsprekers met een hoog rendement, deels te verklaren vanuit de relatieve onbekendheid, deels omdat er lastig apparatuur bij te vinden is, de kieskeurigheid van dit soort speakers is groot.
Veel versterkers die in het algemeen de hemel worden ingeprezen, blijken tekortkomingen te vertonen, die juist met dit soort speakers hoorbaar wordt gemaakt, op deze wijze worden reputaties onderuitgehaald, blijken lovende recensies fabels, wordt de wereld op z'n kop gezet.

Om de tekortkomingen te verhullen worden speakers tegenwoordig beoordeeld op allerlei zaken die echt niets met de weergave van muziek te maken hebben, verhalen over "soundscape en imaging" worden te pas en te onpas in reviews gebruikt.
Deze fenomenen worden bepaald door de geluidstechnici die de plaat of cd afmixen, de luidsprekers doen er verder weinig aan, wel is het zo dat hoe hoger de weergave resolutie, hoe meer ruimtelijke informatie "ambiance" er zal worden weergegeven.
De zaken waarop een speaker dient te worden beoordeeld zijn resolutie, tonaalbereik en problemen in de overgangsgebieden tussen de verschillende units.

De muziekliefhebber, wordt het op deze wijze niet zo heel erg gemakkelijk gemaakt, informatie moet worden gezocht, opgegraven, meest belangrijk blijft echter, vertrouw de eigen oren, laat je niet verleiden door verkooppraatjes, reviews en verhalen van anderen.

 



Ook al heb ik altijd muziek in huis gedraaid, heb ik me in het verleden eigenlijk nooit zo heel erg verdiept in de weergave apparatuur, vond eerlijk gezegd veel van hetgeen in " High End " kringen werd aangeboden beslist niet zoveel meer waard dat ik serieus over aanschaf zou gaan nadenken.
Dit is pas veranderd na mijn kennismaking met de luidspreker die nu inmiddels alweer jaren in mijn woonkamer staat, de Klipsch Heresy, zij het dat er inmiddels ook al een en ander in is gewijzigd, fabrikanten hebben er toch een handje van om te proberen zo voordelig mogelijk te produceren, hetwelk heel erg veel mogelijkheden laat om de prestaties van een commercieel product aanzienlijk te verbeteren.

Deze luidspreker wordt door mij met regelmaat omschreven als een "sinasappelkist" hetgeen een redelijk accurate omschrijving is van het uiterlijk, hierop zijn ze dan ook niet gekozen, wel op het geweldig dynamische en gedetailleerde geluid dat ze produceren.
Zowel dynamiek als detaillering zijn van groot belang voor de weergave, hoe meer nuance in dezen kan worden weergegeven door een luidspreker, hoe natuurlijker de klank zal zijn.
Hieruit vloeit ook de keuze voor een hoog-rendement hoornspeaker voort, hoe groter het rendement, hoe meer detaillering kan worden weergegeven, domweg omdat er minder vervorming optreedt.
Een uitgebreid artikel over dit onderwerp is als pdf bestand beschikbaar.

 

Paul Klipsch: "I conclude that 99 percent of the general public does not even know what accuracy of reproduction is. My company is for the one percent of perfectionists ....

 

Sinds deze luidsprekers hun intrede hebben gedaan is er vreselijk veel veranderd aan de rest van de installatie, dankzij hun enorme vermogen om informatie/detaillering te laten horen, worden ook alle problemen, voortkomend uit versterkers, bronnen en bekabeling, duidelijk aan het licht gebracht.
Als gevolg hiervan heeft een stoet van versterkers en andere apparatuur een poging mogen wagen, uiteindelijk heb ik besloten om zelf maar een versterker te bouwen, omdat hetgeen mij voor de geest stond niet te koop bleek te zijn.
Gelukkig komt hierin de laatste tijd verandering, zowel vanuit China als vanuit Australië hebben een aantal Push-Pull triode versterkers hun intrede op de Nederlandse markt gedaan.

Zelfs op mijn favoriete luidsprekers heb ik nog het een en ander aan te merken, de filters - ontworpen in de jaren 40 - 50 en 60 van de vorige eeuw zijn opgebouwd met betrekkelijk goedkope componenten.
Daarnaast is er voor gekozen in de grote modellen de squaker - midrange speaker - niet af te filteren aan het einde van z'n bereik met als gevolg een soort onprettige rauwheid in het hoge middengebied.
Op grond van dit verschijnsel worden deze speakers door sommigen dan ook afgewezen, terecht, ook ik zou dit geluid niet in mijn huis halen.
Lang is dan ook de Heresy II de enige speaker voor me geweest, ondanks de enorme dynamiek en het overweldigende tonale bereik van de Klipschorn.
Gelukkig is het ontdekken van de problemen ook het begin van een oplossing en bleek er iemand te zijn die, net als ik, een enorme voorliefde voor de sound die Paul Klipsch voor ogen moet hebben gestaan en de problemen heeft weten op te lossen door een nieuw filter te ontwerpen.
Toepassing van dit filter resulteert in een zuiverder weergave en het bereik in het hoog wordt aanzienlijk uitgebreid.
Zo worden de LaScala en de Klipschorn gewoon een soort grote en bijzonder indrukwekkende Heresy's en blijft er dus eigenlijk maar één soort sound over................

Bij het wijzigen van de luidsprekers en de bouw van de versterkers heb ik veel steun gehad van een aantal professionele muzikanten, die steeds weer bereid bleken te luisteren en opbouwende kritiek te leveren.

Ook een aantal mede hobbyisten heeft op soms fraaie wijze een bijdrage geleverd aan het proces, zoals de indruk van Kraus von Bentinck hieronder, welke is is geschreven in de rubriek recensies op Hear.nl.

De eerste en tweede violen zetten aan, zwaar aangestreken contrabassen en slagwerk zetten de grondtoon even later aangevuld met de houtblazers en het triomfantelijke koper. Ik ga op reis door een Zuid-Europees landschap waar in verstilde schoonheid de honderden vrouwelijke slachtoffers als even zovele geplukte en geknakte rozen een panorama vormen dat alleen het terrein kan zijn waarop de grootste vrouwenveroveraar aller tijden zich beweegt. Ik zie het lachje op het gezicht van Mozart bij die eerste uitvoering in 1787 in Praag als het orkest, gestimuleerd door een volle zaal en de aanwezigheid van de Maestro zelf, a prima vista de noten van de avond tevoren in één turbulente sessie geschreven ouverture, nog nat van de inkt van de kopiisten zo van het papier in overmoedig zelfvertrouwen de zaal in spelen. Weliswaar werd menige noot die avond “onder de tafel gepoetst” maar niets kon afbreuk doen aan de vervoering van het publiek door de muziek, het voortdenderende spektakel op toneel waar een alle toneelwetten tartend gebrek aan logica, eisen van eenheid van handeling, plaats en tijd negerend verhaal zich ontvouwt. Als het orkest op aanzet van Mozart vol er tegenaan gaat en geen instrument onberoerd blijft, begrijp ik waarom de Don deze tocht van triomf naar triomf vol hartstocht voortzet en niets, niets, werkelijk niets hem aanzet tot spijt of tot inkeer kan brengen op deze roekeloze zegetocht die wel moet leiden naar de diepste diepten der hel.

Als ik mijn ogen weer open doe zit ik niet tweehonderd jaar eerder in die Praagse zaal, kijkend naar de rug van die kleine grote man, maar al dik twee uur op de bank in het appartement van Jitze, tweehoog in het centrum van een licht besneeuwd Amsterdam.

Hoe klinkt die set van Jitze? Nou, gewoon zoals hierboven beschreven: als muziek!

Al honderd keer heb ik deze ouverture gehoord maar alsof ik het onvoorbereid als publiek voor het eerst hoor tijdens de première, zo beleef ik het opnieuw. Een meesterwerk slijt niet en dat hoor je hier. Muziek klinkt hier fris, pasgeboren, nieuw, vol leven. Het wil communiceren, iets met je delen en uitnodigen tot, je meenemen en gevoelens wakker maken, verlangens opwekken. Wat mooi als dat ook echt gebeurt!

We wisten van tevoren gelukkig al dat het geen confrontatie zou worden met de vraag van beter of slechter maar meer een oriëntatie op “hoe ver het staat” in de zoektocht naar bevredigend geluid.

Op die lastige weg zijn we kennelijk op hetzelfde spoor beland maar ligt Jitze dicht bij het eindpunt en ben ik daar nog een aanzienlijk eind van verwijderd. Jitze heeft in mijn oren bijna bereikt waar hij naar streeft: een overtuigend, meeslepend en pakkend geluid.

Zin heeft het niet om te schrijven over het fraaie laag, het heldere hoog en dat soort audiofiele kreten. Het geluidsbeeld wat wordt neergezet is bijzonder egaal, niks geen overkill aan lage tonen of een nadrukkelijk hoog of midden. Alles neemt een heel bescheiden plaatsje in om vervolgens een homogeen en vooral buitengewoon levendig geheel te vormen waar alles zijn natuurlijke plaats kent in verhouding tot de rest. Wat bij blijft is een soort blijheid om de muziek zelf, dat iets wordt overgebracht van het plezier van componist en uitvoerend muzikant. Het geloof in eigen creatie. De voldoening die geschonken wordt aan maker en luisteraar.

Zou het zelf niet zo fraai kunnen verwoorden, wel zou ik willen aanvullen dat de weg tot dit resultaat vol is met valkuilen en teleurstellingen, heel belangrijk is het verschijnsel dat het mogelijk is dat een beter component, een luidspreker bijvoorbeeld, laat horen dat elders in de installatie iets mis is, fouten die eerder werden verhuld komen aan de oppervlakte, worden hoorbaar, waardoor het lijkt dat je er op achteruit bent gegaan.
Ook is het mogelijk dat je veranderingen domweg niet waarneemt omdat de luidsprekers of andere componenten niet in staat zijn dit soort kleine verschillen weer te geven.

Dan de plaatsing van de luidsprekers.

Veel adviezen op dit vlak, leiden naar een situatie waarin een hotspot ontstaat, een heel precies afgebakende luisterplek, elke afwijking hiervan heeft als gevolg dat het geluidsbeeld verloren gaat.
Alleen op die plaats klopt alles, dit is misschien wel aardig als je in je uppie, altijd in dezelfde stoel, in dezelfde houding, naar muziek gaat luisteren, mijn luisterruimte is ook m'n woonkamer, naast het luisteren naar muziek gebeuren daar nog veel meer dingen, waar ik me ook bevind in die ruimte, wil ik graag een redelijk geluid.
Hiervoor heb ik m'n speakers behoorlijk ver ingedraaid, ergens rond de 45 graden, dit resulteert in een bijzonder ruimtelijke weergave, met een relatief groot gebied waar je heel aardig van muziek kunt genieten, je bent dus niet gebonden aan één plaats.
En als bijkomend voordeel is ook de problematiek welke kan ontstaan door reflecties van het geluid vrijwel geheel opgelost.

 

 

Versterkers

 

What this world needs is a good 5 Watt amplifier...................

Een luidspreker met en een hoog rendement en een impedantieverloop dat geen dieptepunten kent, heeft inderdaad royaal voldoende aan een versterker van een Watt of 5, laten we echter niet zomaar voorbij gaan aan het voorvoegsel hetwelk Paul Klisch gebruikt : good.
Er dienen beslist hoge eisen aan een versterker te worden gesteld, de luidspreker zal genadeloos elk foutje ten gehore brengen, een weerstand van dubieuze kwaliteit kan resulteren in een verlies van detail, ook de gebruikte condensatoren, met name de koppelcondensatoren, kunnen de weergave maken en breken.

Heel erg veel dure versterkers worden verkocht op basis van hun status en specificaties, enorme vermogens spreken blijkbaar tot de verbeelding.
Echter in een huiskamer heb je meestal niet zo heel erg veel aan zulk een vermogen, eigenlijk kun je hier een parallel trekken naar automobielen met enorme vermogens, uitsluitend zinvol om bijzonder zware lasten te trekken of enorme snelheden te ontwikkelen, welke in de praktijk echter niet toegestaan zijn of domweg niet haalbaar.
Een goede luidspreker op huiskamerniveau spelend gebruikt niet meer dan enkele procenten van een Watt tot hooguit enkele Watts, wel moet de opmerking worden gemaakt dat er luidsprekers zijn die zo slecht zijn gebouwd dat je er een haast onvoorstelbaar vermogen in moet stoppen om enig leven te bewerkstelligen.
Voor industrie en handel is dit soort apparatuur een goudmijn, voor de luisteraar brengt het dus geen enkel voordeel, tenzij status de motivatie van de aanschaf is.
Ook op de vervormingscijfers waarmee in het algemeen versterkers worden aangeprezen is wel één en ander af te dingen, in de eerste plaats worden dezen gemeten bij vol vermogen, terwijl op dit niveau vrijwel nooit zal worden gespeeld, ook is het een open vraag of de wijze waarop wordt gemeten wel realistisch is.
Op de Site van Jacmusic is een tabel te vinden waar de relatie tussen vermogen en geluidssterkte wordt verklaard.

Op zowel mijn eigen Heresy's alsook op diverse andere modellen uit de Heritage serie van Klipsch, heb ik bijzonder veel versterkers mogen beluisteren, merken als Mark Levinson en Krell bleken in het algemeen - ondanks hun status - echt niet instaat muziek op een overtuigende wijze over te brengen.
Erg veel anderen blijken hun prijs ook niet waar te maken, de verschillen met versterkers uit de toplijnen van een aantal fabrikanten die men niet tot het High-End segment rekent, doen het vaak verrassend goed.
Jammer is het hierbij wel dat dezen inmiddels vrijwel uitsluitend home theater receivers en versterkers bouwen.
Tweedehands is er echter nog wel eens één op de kop te tikken, om eens een paar modellen te noemen, Pioneer A 757 - 777 en A 91 D, Sansui AU-X 711 en 911.

Heel bijzonder is de 500 lijn van Teac, de stereo versterker is beslist veel beter dan de prijs doet vermoeden, je kunt je voorstellen dat ze ooit een VRDS CD speler in deze lijn hebben gevoerd.
Het is dan ook heelerg jammer dat deze lijn inmiddels niet meer tot het assortiment behoort, echter heeft Pioneer toch weer een serieuze lijn stereo apparatuur in de markt gezet.

 

 

Vanuit China worden een aantal nieuwe merken op de markt gebracht, ondanks de
- relatief - lage prijzen zijn dezen beslist de moeite van een nadere beschouwing waard, ik denk hierbij met name aan het merk Vincent.
Zelfs betaalbare buizen apparatuur uit Japan behoort tot de mogelijkheden, Leben heeft een heel erg fraai versterkertje met de mooiste penthode voor audio, de EL84 , onder de naam CS300.

 

 

Bij het zoeken naar een redelijke versterker ben je dus echt niet uitsluitend aangewezen op haast onbetaalbare exemplaren.

Uiteindelijk na een groot aantal transistorversterkers te hebben gehoord en gehad, heb ik de keus gemaakt een buizenversterker te bouwen, de UL 40s van Menno van der Veen, te verkrijgen bij Amplimo.
De keuze voor deze versterker is gemaakt op basis van een vergelijking van diverse uitgangstransformatoren, de ringkernen van Amplimo bleken vreselijk goed te presteren, daarbij zijn ze, gezien vorm en het bijzonder kleine strooiveld, heel erg gemakkelijk in te bouwen.
Voor een buizenversterker is gekozen omdat een buis beduidend minder ruis vertoont dan de meeste halfgeleiders, met als gevolg een fraaiere weergave van detail, microdetaillering.

 

 

De UL 40s heeft niet zo heel erg lang ongestoord kunnen spelen, heel erg rap zijn er een aantal verbeteringen in aangebracht, denk hierbij met name aan toepassing van betere componenten, als weerstanden en condensatoren.
Het resultaat van deze operaties was een versterker die eigenlijk best heel aardig presteerde, alhoewel de gebruikte eindbuizen, als triode geschakelde pentode's, veel lieten liggen op het gebied van detaillering.
Juist op dit gebied, detail zowel tonaal, nuancering waardoor een instrument of stem specifieker wordt weergegeven, als ook in dynamiek, hetwelk een grote invloed heeft op de levendigheid van de weergave, bekroop me het gevoel dat er meer te bereiken zou moeten zijn.

Dit werd versterkt na een bezoek van Triode Dick aan Audio Import, de toenmalige importeur van Klipsch luidsprekers, waar een aantal door hem gebouwde Single Ended Triode - SET - versterkers lieten horen dat er op het vlak van tonale rijkdom en detaillering inderdaad nog heel erg veel te winnen is.
Toch heeft het na dit bezoek nog ruim twee jaar geduurd voordat ik een volgend project op de rails zette, wat me heeft weerhouden is het gevoel dat ondanks de schoonheid, de prachtige klank, er toch iets ontbrak, ik miste felheid, het scheuren van koper en het krijsen van snaren.
In werkelijkheid kunnen een uithaal op een saxofoon of trompet, of een krijsende viool snaar, je de haren overeind zetten, kippevel veroorzaken, dit effect ontbreekt bij een SET versterker, alles is mooi, zelfs een scheurende saxofoon.

Niet helemaal zoals ik muziek graag wil horen, niet helemaal zoals het instrument in werkelijkheid ook klinkt.

Na een lange periode van tobben over dit probleem, heb ik besloten om de UL 40s om te bouwen, zodat als eindbuis een triode kan worden ingezet, dit is de 2A3 geworden.

Voor deze buis is gekozen omdat hij niet alleen heel bijzonder klinkt, maar ook is ontsnapt aan de hype welke de SET propagandisten hebben gecreëerd rondom een aantal andere triodes, met enorme prijsstijgingen als gevolg.
Betaalbaar dus en algemeen verkrijgbaar, wel prettig als je er vier nodig hebt.

Veel dank ben ik hierbij verschuldigd aan Lynn Olson, die op zijn site een aantal zeer verhelderende artikelen heeft gepubliceerd over de verschillen tussen Single Ended versterkers en hun Push-Pull soortgenoten.

Voordeel van een Push-Pull versterker is meer grip en controle op/over de luidspreker, terwijl ook het grootste deel van de harmonische vervorming, welke de weergave van een SET versterker zo esoterisch mooi maakt, niet aanwezig is.
De weergave is schoner, directer, natuurlijker, zonder de voordelen van een triode te verliezen, detaillering en tonale schoonheid blijven de muziek kleuren.
Of zoals een musicus het uitdrukte : " de boventonale rijkdom is verbijsterend ".

 

 

 

16 februari 2010

Vragen/opmerkingen ? stuur een mailtje naar : elpee-at-xs4all.nl

 

 

terug naar boven